samen vormen we de school!
Schoolondersteuningsprofiel

Inleiding

Elke school is volgens de wet op Passend Onderwijs verplicht in een schoolondersteunings-profiel te beschrijven wat de school kan bieden aan zorg voor haar leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. In dit document wordt uiteengezet hoe wij de speciale ondersteuning op OBS De Zuidooster hebben georganiseerd en bieden. Wij vinden het in de eerste plaats heel belangrijk dat een kind met plezier naar school gaat en zich prettig voelt op school. Het is onze stellige overtuiging dat het een voorwaarde is dat een kind graag naar school gaat om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Met de programma’s van De Vreedzame School en Rots & Water werken wij structureel en planmatig aan een goed pedagogisch klimaat en het welzijn van kinderen.
We houden zo veel mogelijk rekening met de verschillen in aanleg en tempo en gaan vooral uit van de talenten van het kind. We bieden de kinderen middels IPC, ons thematisch onderwijsaanbod voor de zaak- en creatieve vakken, de mogelijkheid om hun talenten te benutten en te ontwikkelen. Tevens komen wij met deze werkwijze tegemoet aan de meervoudige intelligenties en verschillende leerstijlen van de kinderen.
Zowel de kinderen die meer tijd en aandacht nodig hebben als de meer dan gemiddeld begaafde kinderen bieden we een aangename leeromgeving. Daarnaast kunnen we enige gespecialiseerde hulp bij complexere problemen aanbieden en is er een gediplomeerde kindercoach aanwezig om kinderen op het sociaal emotioneel gebied extra te kunnen ondersteunen. Ook hebben we een Verrijkingsklas voor de meer- en hoogbegaafde kinderen. De mogelijkheden voor ondersteuning bekijken we per leerling op een handelingsgerichte wijze. Dat wil zeggen dat wij kijken naar de mogelijkheden en behoeften van het kind. Uiteraard zullen we ook onze grenzen daarbij aangeven.

Binnen Passend Onderwijs onderscheidt men 4 ondersteuningsprofielen:
  1. de netwerkschool
  2. de smalle ondersteuningsschool
  3. de brede ondersteuningsschool
  4. de inclusieve school
De netwerkschool maakt gebruik van speciale zorg en deskundigheid van instellingen rond de school van bijvoorbeeld speciale scholen, orthopedagogen, logopediepraktijken, fysiotherapie enz. enz. De inclusieve school heeft al deze zorg en deskundigheid zelf in huis. De smalle en de brede ondersteuningsscholen zitten daar tussen in. Onze school is door M&O groep (een externe instantie die het schoolondersteuningsprofiel beschreven heeft) in 2012 beoordeeld als netwerkschool.
Inmiddels hebben wij door scholing ons zodanig ontwikkeld dat wij onszelf als smalle ondersteuningsschool beschouwen. Het document waarin M&O ons schoolondersteuningsprofiel heeft beoordeeld is ter inzage op school.

De ondersteuning binnen het onderwijsconcept

Ons onderwijsconcept wordt uitvoerig beschreven in de schoolgids. Door de werkwijze met het Integrale Gedifferentieerde Instructiemodel (IGDI) en het zelfstandig verwerken van de leerstof op verschillende niveaus heeft de leerkracht steeds momenten tijdens het lesgeven de handen vrij om individuele aandacht en hulp te bieden. De leerkracht, IB-ers en directie houden zorgvuldig alle toets resultaten bij om steeds te zien hoe het staat met de ontwikkeling van de kinderen. Wij gebruiken de methodeonafhankelijke toetsen van het CITO om die ontwikkelingen te volgen in het Cito-leerlingvolgsysteem. Wij volgen naast de ontwikkelingen van het individuele kind tevens de ontwikkelingen op groep- en schoolniveau.
  • De zorg voor de leerling met leer- of ontwikkelingsproblemen ligt in de eerste plaats bij de groepsleerkracht. Deze kan ook een collega of intern begeleider om hulp vragen.
  • Voor sommige kinderen is het nodig dat naast het reguliere lesprogramma extra oefenstof wordt aangeboden. Die hulp krijgen de kinderen vrijwel dagelijks tijdens het gewone werk; dat hoort bij goed onderwijs.
  • In overleg kan een groepsplan, verlengde instructie of een handelingsplan opgesteld worden dat door de leerkracht zelf of met hulp van een intern begeleider uitgevoerd kan worden. De opzet is om deze basisondersteuning zo veel mogelijk in de eigen klas te laten plaatsvinden.
  • In sommige gevallen roepen wij, na toestemming van de ouders, de hulp in van externe deskundigen voor onderzoek en advies. Dat kan b.v. de onderwijsexpert zijn van het samenwerkingsverband Amstelronde en/of de ambulant begeleider.
  • Bij complexe ondersteuning stellen we met behulp van deze deskundigen een groeidocument op. Daarin worden alle ontwikkelingen en resultaten vastgelegd.
  • Voor een aantal kinderen kunnen we arrangementen inkopen om specialistische hulp mogelijk te maken.
  • Extra zorg gaat niet alleen naar kinderen met leerproblemen. Wij richten onze zorg ook op kinderen die meer aankunnen dan de gemiddelde leerling, kinderen die weinig of geen zelfvertrouwen hebben, kinderen die het slachtoffer zijn van pesten of kinderen die anderszins niet prettig in hun vel zitten.

De rol van de intern begeleiders

Op OBS De Zuidooster zijn drie Interne Begeleiders werkzaam. Zij zijn de eerst verantwoor-delijken voor het leerlingvolgsysteem, plannen en coördineren de LVS toetsen. Zij voeren de groepsbespreking met leerkrachten, ondersteunen de leerkrachten bij het maken van de handelingsplannen, onderhouden de contacten met externe deskundigen, testen kinderen enz. Na elke toets periode van het leerlingvolgsysteem hebben de intern begeleiders een groepsbespreking met alle groepsleerkrachten. De opbrengsten worden geanalyseerd en waar nodig interventies besproken en plannen van aanpak opgesteld. Ook hebben de intern begeleiders een wekelijks overleg met de directie over actuele zaken en hebben een signaalfunctie als het gaat om waar behoefte is aan bijzondere ondersteuning. Vijf keer per jaar is er een zorg adviesteam (ZAT). In deze vergadering zijn aanwezig: directie, intern begeleiders, schoolmaatschappelijk werk, de verpleegkundige van de Jeugdgezondheidszorg, de leerplichtambtenaar en indien nodig ook een orthopedagoog. Als we handelingsverlegen zijn of vermoeden dat er voor de leerling meer of iets anders nodig is dan we op school kunnen bieden organiseren de intern begeleiders een Ondersteuning Team (OT) om te bepalen welke arrangementen nodig zijn of dat onze grenzen van zorg bereikt zijn. De samenstelling van een Ondersteuning Team kan per leerling verschillen. Aanwezig zijn in elk geval de ouders van de leerling, de interne begeleider en/of directie en alle personen die bij de zorg en begeleiding betrokken zijn

Speciale onderwijszorg op de smalle ondersteuningsschool

Veld 1: Hoeveel aandacht en tijd:
Binnen de klas:
  • Er is één paar handen in de klas. De leerkrachten zorgen eventueel met extra ondersteuning van onderwijsassistenten, ouders, medeleerlingen voor bv. preteaching, extra leestijd, op tijdelijke basis (enkele uren per week).
  • Er wordt grotendeels gewerkt met de gegeven groepsgrootte (+ 25 lln)
  • Voor korte perioden kan de groep kleiner worden gemaakt door inzet van de onderwijsassistente, ouders, medeleerlingen; de leerkracht kan dan individuele zorgleerlingen of een subgroep zorgleerlingen helpen.
Binnen de school:
  • Er is speciale onderwijszorg door een remedial teacher en/of intern begeleider, op tijdelijke basis (een enkel dagdeel of enkele dag per week).
  • Er is speciale onderwijszorg door een ambulant begeleider (gedurende enkele uren per week).

Veld 2: Onderwijsmaterialen:
Binnen de klas:
  • Er wordt gebruik gemaakt van niveau- en tempodifferentiatie in de lesmethoden.
  • Er is aanvullend remediërend materiaal, behorend bij de gebruikte lesmethoden. Binnen de school:
  • Er zijn onderwijsmaterialen beschikbaar die tegemoet komen aan specifieke didactische kenmerken (b.v. pictogrammen) en specialevpedagogische/psychologische kenmerken.
  • Er wordt op projectbasis gewerkt aan het pedagogisch klimaat.
Veld 3: Ruimtelijke omgeving:
Binnen de klas:
  • Er is een aparte plek waar één-op-één begeleiding of begeleiding van een (sub)groepje zorgleerlingen kan plaatsvinden (b.v. een prikkelarm hoekje).
Binnen de school:
  • Er is op de gang ruimte waar één-op-één begeleiding of begeleiding van een (sub)groepje zorgleerlingen kan plaatsvinden.

Veld 4: Expertise:
Binnen de klas:
  • De leerkrachten hebben enige kennis van en competenties op het gebied van de speciale onderwijsbehoeften.
  • Enkele leerkrachten hebben zich verdiept in de meest voorkomende problemen / aandoeningen / stoornissen.
Binnen de school:
  • De remedial teacher / intern begeleiders hebben kennis van en competenties op het gebied van vele speciale onderwijsbehoeften.
  • Een deel van het team heeft kennis van en competenties op het gebied van speciale onderwijsbehoeften.

Veld 5: Samenwerking met andere instanties:
Binnen de klas:
  • De leerkrachten onderhouden contacten met de intern begeleiders om op de hoogte te blijven.
Binnen de school:
  • Er is geregelde samenwerking en afstemming met professionals uit het speciaal onderwijs en zorginstellingen.
Binnen de klas:
  • De leerkrachten onderhouden contacten met de intern begeleiders om op de hoogte te blijven.
Binnen de school:
  • Er is geregelde samenwerking en afstemming met professionals uit het speciaal onderwijs en zorginstellingen.

Groeimogelijkheden en grenzen

Veld 1: De hoeveelheid aandacht / handen in de klas:
  • de financiën maken maar een beperkte hoeveelheid arrangementen mogelijk. De intern begeleiders, directeur, vrijwilligers en stagiaires maken het mogelijk om toch een redelijke hoeveelheid extra hulp aan groepen of individuele leerlingen te geven. Waar mogelijk zullen we dit uitbreiden.
Veld 2: De onderwijsmaterialen:
  • deze kopen we naar behoefte. Zowel voor kinderen die verrijkingsstof krijgen aangeboden als kinderen die remediërende stof verwerken worden methodes, programma’s en materialen aangeschaft.
Veld 3: De ruimtelijke omgeving:
  • er zijn voldoende kantoorruimten en rustige hoekjes binnen de school waar met groepjes gewerkt kan worden. Naast de aparte ruimtes in de school kunnen we ook gebruik maken van een drietal extra ruimtes binnen de Mikado die in overleg met onze buurscholen worden benut. De uiteinden van de gangen zijn ingericht om ook hier met kinderen buiten de klas rustig te kunnen werken.
Veld 4: De expertise:
  • deze zullen we voortdurend uitbreiden. Leerkrachten kunnen zich individueel (verder) scholen op het gebied van de meest voorkomende problemen, aandoeningen of stoornissen. Naast individuele scholing wordt er elk schooljaar teamscholing voor alle leerkrachten georganiseerd. De afgelopen drie jaar bestond die scholing uit: Omgaan met autisme, Kinderen en hun speciale behoeften en Coöperatief leren. De Interne Begeleiders komen binnen het samenwerkingsverband Amstelronde bijeen in het IB netwerk voor uitwisseling en ook scholingsaanbod. De directie en IB-ers hebben begin schooljaar 2015-2016 een scholing Oplossingsgericht arrangeren gevolgd. Naast het volgen van cursussen, conferenties of opleidingen scholen leerkrachten zich door het bijhouden van vakliteratuur.
Veld 5: De samenwerking met andere instanties:
  • de school heeft een uitgebreid netwerk. De laatste maatschappelijke ontwikkelingen zoals het sociaal loket en het sociaal team bieden weer nieuwe kansen.
Grenzen van onze leerlingenzorg

Er kunnen situaties ontstaan waarin de grenzen van onze leerlingenzorg bereikt worden. Uiteraard zijn wij steeds in gesprek met de ouders over die grenzen en mogelijkheden. Uitgangspunt is altijd de vraag: “Wat heeft dit kind nodig? Op het moment dat we als school niet kunnen voldoen aan het antwoord op die hulpvraag moeten we in overleg met ouders de vraag stellen of het in het belang van het kind beter is een andere school te zoeken. Naast het belang van het kind heeft de school ook de belangen van alle kinderen te dienen. Zodra de veiligheid en/of goed onderwijs voor het kind of de groep in geding komt is eveneens een grens bereikt.
Enkele afwegingen in het bepalen of de grens bereikt is zijn:
  • De leerling voelt zich niet meer op zijn plaats bij ons op school, bv omdat hij/zij voortdurend apart moet werken met extra ondersteuning
  • Gebrek aan deskundigheid / handelingsverlegenheid. Het kan voorkomend dat we een kind niet meer verder kunnen helpen in zijn ontwikkeling, omdat we de zorg niet kunnen bieden die het kind nodig heeft doordat deskundigheid ontbreekt of de omstandigheden ontbreken en we die niet in de school kunnen halen.
  • Het aantal (zorg)leerlingen in de groep. Als een groep te groot is of al een aantal zorgleerlingen bevat, kan het voorkomen dat we niet in staat zijn het kind voldoende ondersteuning te bieden in de dagelijkse gang van zaken.
  • Verstoring van de rust en veiligheid in de groep, b.v. gedragsproblemen die leiden tot verstoring van de veiligheid en rust in de klas. Als de kwaliteit van het onderwijs aan de groep in het gedrang komt, is voor ons de grens bereikt.
  • De intensieve zorg en behandeling maakt het onmogelijk kwalitatief goed onderwijs aan de klas te geven.
Powered by BasisOnline